Big in Japan

Mike Havenaar. Letterlijk en figuurlijk een groot voetballer in Japan. Met Nederlandse roots. Ik ging langs bij een training en interviewde hem voor de Wereldomroep.

In Japan heeft iedereen het over die lange Hollandse voetballer die zo goed Japans spreekt. In Nederland weten we nog maar kort van zijn bestaan. Mike Havenaar werd in één klap razend populair toen hij in september voor het Japanse nationale elftal 2 keer scoorde tegen Tadzikistan. In 1986 vertrok zijn vader, ADO-Den Haag doelman Dido Havenaar, naar Japan om zijn voetbalcarriere voort te zetten. De familie liet zich naturaliseren en 25 jaar later is zijn zoon een wereldberoemde Japanner.

Beluister de reportage: Mike Havenaar: Big in Japan (uitgezonden op vrijdag 4 november 2011)

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Een noodkreet uit Fukushima

Oorspronkelijk gepubliceerd op de/het weblog De Jaap.

De wereld zit stil, leunt achterover en wacht rustig af tot de gevolgen van het nucleaire drama in Fukushima zichtbaar worden. Die zullen zich over een paar jaar, tientallen jaren wellicht, wel eens aandienen. Tegen die tijd weten we met zekerheid welke plaats Fukushima echt in de geschiedenisboeken krijgt. Maar ondertussen wonen er gewoon mensen op nog geen dertig kilometer van de kerncentrale. En klinken uit de Japanse provincie langzaamaan steeds meer wanhoopskreten.

Ruim acht maanden na de desastreuze aardbeving wil een selecte groep omwonenden van de omstreden kerncentrale Fukushima Daiichi niet meer afwachten. Het zijn de moeders, boeren, het treinpersoneel zelfs, die zich uit het Japanse keurslijf losrukken om de noodklok luiden. Maar ze worden niet gehoord.

Moeders van Fukushima
De eerste geluiden komen van de ‘Unie van moeders van Fukushima’. Ze komen  bijeen in een zaaltje in Fukushima-stad. Daar vertelt oprichtster Sachiko Sato dat ruim 500 moeders zich inmiddels hebben aangemeld. Ze zijn boos, woedend mag je wel zeggen. Ze vinden dat alle kinderen binnen een straal van 80 kilometer van de kerncentrale per direct weg moeten uit Fukushima.

Japanse kinderen mogen sinds kort blootstaan aan hogere straling dan kinderen elders op de wereld. De Japanse overheid heeft die limiet verhoogd. Totaal absurd, vinden de moeders. “Dus het is nu opens geoorloofd dat mijn kind ziek wordt? Als de overheid het zegt, dan is het goed. Zo werkt het in dit land”. De meerderheid van de moeders in Fukushima heeft geen idee wat er aan de hand is. De overheid laat ze in onzekerheid. Dus werd het tijd om zelf wat te doen, vond Sato.

De moeders reizen de hele prefectuur af om andere moeders te informeren over de gevaren. Ze leggen uit wat radioactieve straling is en wat het kan doen met het menselijk lichaam. Ze vertellen dat met name kinderen snel ziek kunnen worden als ze te lang blootgesteld zijn aan de straling. Iedereen is bezorgd, vertelt Sachiko Sato. Maar men weet simpelweg niet wat te doen. “Vrouwen durven er niet met elkaar over te praten en zwijgen als het graf, maar ondertussen gaan ze kapot van bezorgdheid.”

Valse hoop
De regering heeft onlangs de evacuatiezone met tien kilometer ingekort. Dat wil zeggen, het wordt niet meer afgeraden om op dertig kilometer van de kerncentrale te wonen. Op twintig kilometer wel. Met andere woorden: het is weer veilig, jullie kunnen terug naar huis. Veel mensen, waaronder gezinnen met kinderen, volgden dat advies braaf op. “Ze geven ons steeds valse hoop”, aldus Sato.

Een vader uit Fukushima huurde vorige maand op eigen houtje een ruimte boven een winkel, waar hij kinderen gratis test op straling. Hij kocht meetinstrumenten en las zich grondig in. Hij nodigde een Duitse hoogleraar stralingskunde uit om een lezing te geven. De opkomst was groot. Hij test ook voedsel. Iedere dag koopt hij een willekeurig product en onderwerpt het aan een grondige inspectie. Zo mat hij extreem hoge stralingswaarden in paddestoelen, die gewoon in de winkels liggen.

Conducteurs
Bij diezelfde bijeenkomst van de moedersunie, spreekt ook de voorzitter van de Japan Railways-protestbeweging. Machinisten en conducteurs maken zich zorgen, is zijn boodschap. Ze rijden dagelijks op hun trein door Fukushima en weten niet hoe ze zich moeten beschermen tegen radioactieve straling. Ze overwegen een staking, maar het is nog te moeilijk collega’s de noodzaak daarvan te doen inzien.

De opstandelingen blijven – op z’n Japans – nog bescheiden in hun eisen. Het gaat ze er niet om dat de hele provincie Fukushima moet worden geëvacueerd. Ze willen louter dat mensen goed geïnformeerd worden, zodat ze zelf de keuze kunnen maken te vertrekken of niet.

Zwijgende overheid, zwijgende wereld
En dat is in de eerste plaats natuurlijk de taak van de Japanse overheid. Zij dient alle informatie die bekend is over de gevaren van de straling te verstrekken aan omwonenden. Maar het blijft stil. En terwijl de autoriteiten de kop in het zand steken, blijft het ook in de rest van de wereld stil. Want waar is de international gemeenschap? Waar is de VN? En waar zijn de NGO’s? Als zich een ramp voordoet met zichtbare gevolgen (noem een Haïti, een tsunami in het zuid-oosten van Azië, hongersnood in het westen van Afrika), dan staan talloze teams van non-gouvermentele organisaties in de rij om hulp te bieden. Niet in Fukushima.

In Fukushima zie je alleen het Japanse Rode Kruis doen wat in haar vermogen ligt. Eerste hulp bij evacuatie voor hen die het kunnen betalen. Ze verstrekken koelkasten, gasfornuizen en stofzuigers aan geevacueerden in tijdelijke woningen. Ze brachten spelcomputers naar scholen in Fukushima, opdat kinderen wat te doen hebben. Ze mogen namelijk niet buiten spelen vanwege stralingsrisico’s.

Retourtje evacuatiezone
Vorige maand faciliteerde het Rode Kruis een retourtje evacuatiezone voor de mensen die hun huis in maart acuut moesten verlaten. Ze mochten een paar uur terug om achtergelaten spullen op te halen. Het Rode Kruis gaf ze mondkapjes en plastic hoesjes voor de schoenen om overmatige straling tegen te houden. Maar als je medewerkers vraagt of zo’n mondkapje wel zin heeft, lees je twijfel van hun gezicht. Als je vraagt hoe gevaarlijk het daadwerkelijk is om zo dicht bij de kerncentrale te zijn, hebben ze geen antwoord. Ze weten het niet.

In de supermarkten is het al acht maanden Russisch roulette op de groente- en fruitafdeling. Niemand weet wat veilig is en wat niet. Of ze het water uit de kraan kunnen drinken, of niet. Waar blijven de hulporganisaties die accurate informatie kunnen geven over het effect van radioactieve straling op voedsel en grondwater?

Anti-kernenergie
Hoewel er in Japan steeds meer protest tegen kernenergie losbarst, heeft de tragiek in Fukushima op dit moment weinig te maken met een lobby tegen kernenergie. We hebben hier te maken met een tragisch ongeluk in een groot dichtbevolkt gebied dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid veel slachtoffers gaat maken.

Op kleine schaal komt in Fukushima weliswaar protest van de grond. Dat zegt veel, want zelfredzaamheid is in de gesloten Japanse samenleving geen vanzelfspekendheid. Die is geboren uit noodzaak. Maar de meeste mensen wachten tot de overheid ze bij de hand neemt. Doen de autoriteiten niets, dan blijven de Japanners zitten waar ze zitten. Straling of niet.

En wachten op de zichtbare gevolgen (we weten uit de geschiedenis dat die zichtbaar gaan worden) is zinloos, zonde, maar bovenal levensgevaarlijk. Voor of tegen kernenergie; Fukushima heeft nu hulp nodig.

Mitra Nazar is journaliste. Ze werkt onder andere voor RTV Utrecht, NCRV en de Wereldomroep. Momenteel reist ze door Azië.

Geplaatst in Fukushima, Japan, Kernenergie, Uncategorized | Plaats een reactie

Radioactief golfen in Fukushima

(Dagblad De Pers, 23 oktober 2011)

Door: Mitra Nazar
Gepubliceerd: zondag 23 oktober 2011 22:26
Update: maandag 24 oktober 2011 06:35

Het gras op de golfbaan in Minamisoma is te lang. Terwijl zijn stralingsmeter op tilt slaat, klimt de eigenaar toch maar op de maaier. Zijn klanten staan aan de rand van het veld ballen te slaan. Het gras mogen ze niet op.

Het is zaterdagmiddag in Minamisoma. Het stadje in de provincie Fukushima is nagenoeg uitgestorven. De straten zijn leeg, luikjes voor de winkelruiten zijn al zeven maanden dicht. Minamisoma ligt op 25 kilometer van de kerncentrale in Fukushima. Na de verwoestende aardbeving en tsunami op 11 maart vertrokken 60.000 van de 70.000 inwoners naar veiligere plekken in het land. Inmiddels is de helft daarvan terug. Volgens de overheid is het weer veilig om er te wonen.

De kleine golfbaan ligt vlakbij de grens van het officiële evacuatiegebied rond de kerncentrale. Binnen 20 kilometer evacueerde de Japanse overheid alle bewoners. Minamisoma ligt net buiten die zone. Anders dan in de rest van de stad is het druk op de golfbaan. Alle banen zijn bezet, mannen van middelbare leeftijd slaan ontspannen hun balletjes in het te lange gras.

In juni opende Shiga Yoshinobu de deuren van zijn golfbaan weer. ‘Je moet de mensen toch wat te doen geven’, zegt hij. ‘Velen zijn hun huizen kwijtgeraakt, hebben zelfs dierbaren verloren. Als je zoiets meemaakt moet je ergens stoom kunnen afblazen.’

Te riskant 
Maar over de straling maakt iedereen zich zorgen. Yoshinobu staat iedere ochtend voor hij de tent opengooit met zijn stralingsmeter bij het gras. ‘Je ziet dat-ie omhoog schiet zodra je de meter laag bij de grond houdt.’ De maximale hoeveelheid die Yoshinobu mat, een paar weken geleden, was 2,5 microsievert. ‘Dat is veel te hoog.’

Tot nu toe maaide hij het gras iedere week. Maar sinds hij zulke hoge niveaus van radioactiviteit meet, begint hij het te riskant te vinden. Door te maaien kunnen de atoomdeeltjes loskomen en zich verspreiden. ‘Maar ik moet wel, anders staat het gras hier over een maand tot je knieën.’

Als hij dan toch maar op de grasmaaier klimt, trekt hij plastic hoesjes over zijn schoenen, doet een kapje over zijn haar en zet een mondkapje op. ‘Ik weet niet of het helpt, maar ik neem het zekere toch voor het onzekere.’

Mondkapje 
Zijn klanten mogen onder geen beding over het gras lopen, hoewel ze wel urenlang aan de rand van het veld ballen staan te slaan. Yoshinobu zelf rijdt aan het eind van de dag met een automatische ballenruimer het veld over. Maar ook dan trekt hij plastic hoesjes over zijn schoenen en doet een mondkapje om.

Op lange termijn is het alles behalve veilig in Minamisoma. Dat realiseren de golfers zich wel degelijk. Maar verhuizen is voor veel mensen geen optie, legt Yoshinobu uit. ‘Ons leven is hier, we hebben banen die we niet zomaar opgeven.’ En het gevaar? ‘Dat ligt op de loer’, lacht hij. Maar de hele dag binnen zitten met ramen en deuren gesloten is ook niet gezond. ‘En er is zoveel stress, dat deze mannen meteen een hartaanval zouden krijgen als ze ook niet meer kunnen golfen.’

Geen hoop 
Minamisoma is dubbel hard getroffen door de ramp in maart van dit jaar. Door de tsunami spoelden vele huizen aan de kust compleet weg, 660 inwoners kwamen om het leven. Nog altijd worden 23 mensen vermist, maar de hoop dat die nu nog gevonden worden is inmiddels opgegeven.

De overheid is sinds deze maand op verschillende plaatsen in Minamisoma de bodem aan het vervangen. Bij de basisschool naast de golfbaan is men druk met graafmachines in de weer.

Het is nog niet bekend waar de radioactieve grond gedumpt moet worden. Geen enkele gemeente in de provincie Fukushima werpt zich vooralsnog vrijwillig op.

Ook Yoshinobu wil het gras van de golfbaan vervangen, maar omdat het zijn eigen grond is, draait hij zelf op voor de kosten. ‘Daar hebben we misschien volgend jaar weer genoeg geld voor.’

===
Zeven maanden na de ramp zijn van de 54 kerncentrales in Japan 10 in bedrijf. Premier Yoshihiko Noda wil dat de andere kerncentrales zo snel mogelijk weer in gebruik worden genomen omdat er een tekort aan elektriciteit is.

===

In september gingen in Tokio 60.000 mensen de straat op om te demonstreren tegen kernenergie. De anti-kernenergieclub in Fukushima heeft na de ramp het ledental zien verdubbelen.

===

Nadat vorige maand grote hoeveelheden radioactieve straling in rijst uit Fukushima werd gevonden, wordt nu op grote schaal getest. Ook vis, groente en vlees hebben sinds de ramp met de kerncentrale verhoogde straling.

===

Elektriciteitsbedrijf Tepco, eigenaar van de kerncentrale in Fukushima, heeft de Japanse overheid om 6,7 miljard euro steun gevraagd om schadeclaims te kunnen betalen. Shiga Yoshinobu heropende zijn golfbaan in Fukushima.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Japanse Bed & Breakfast met Nederlands tintje

(Wereldomroep, radioreportage, 25 oktober 2011)

Het is een stuk verder van huis, maar de Japanse Alpen doen zeker niet onder voor ‘onze’ Zwitserse. En als je het Albert Kikstra vraagt, is de sneeuw er zelfs aanzienlijk beter. Vijf jaar geleden begon hij samen met zijn Japanse vrouw een Bed & Breakfast in Hakuba, een toeristisch wintersportdorp in de provincie Nagano.

Wie denkt dat in Japan geen ruimte voor natuur is, heeft het mis. Er mogen dan veel mensen wonen, maar 70 procent van de bevolking resideert in de grote steden. Rijd je 200 kilometer buiten Tokio, dan vind je oorverdovende stilte en een fenomenaal berglandschap.

’s Zomers is het er grasgroen en ’s winters ziet het er spierwit van de sneeuw. Kikstra: ‘Het is hier zo ongelooflijk mooi. Ik kan me een leven zonder bergen niet meer voorstellen.’

Hakuba
Bekend van de Olympische Spelen van 1998, is Hakuba één van de bekendste wintersportplaatsen van Japan. Skiërs en snowboarders uit het hele land komen er de pistes bedwingen. En niet alleen Japanners hebben hun weg gevonden naar de Japanse Alpen. Steeds meer buitenlandse vakantiegangers brengen er hun winters door.

‘We krijgen veel Australische gasten’, vertelt Albert Kikstra (42) terwijl hij bij de voordeur zijn schoenen verruilt voor pantoffels. Een belangrijke Japanse traditie die Kikstra zich graag eigen maakte. ‘Ik vind het wel prettig. Zo hou je de boel goed schoon binnen.’

Nederlandse gasten
Hij zou graag meer Nederlandse gasten ontvangen in de Bed & Breakfast. ‘Maar die vinden Japan vaak te duur.’ Volgens Kikstra valt dat echter reuze mee. ‘De vliegticket is prijzig, maar het skiën en de accommodatie zijn hier veel goedkoper dan in Oostenrijk of Frankrijk.’

Na 16 jaar in Nieuw-Zeeland als melkveehouder te hebben gewerkt, vertrok Kikstra naar het moederland van zijn Japanse vrouw. Op zoek naar een mooie plek om ’s zomers te kunnen mountainbiken, stuitte de fanatieke fietser op een knus houten huisje in Hakuba. Het bleek een hotel dat te koop stond. Kikstra en zijn vrouw Fumika kochten het en maakten er een Bed & Breakfast van. Een jaar later werd hun dochter Anna, nu vier jaar oud, geboren.

Gekkenwerk
In de zomermaanden is het nagenoeg uitgestorven in Hakuba. Voor de lange blonde Hollander is dat geen probleem. Hij verveelt zich niet zo snel. ‘In de winter is het drie tot vier maanden gekkenwerk, dan is het zo druk. In de zomer kan ik lekker lange tochten fietsen en pleeg ik onderhoud aan het huis.’

Vier winters achtereen liepen de zaken goed in Bed & Breakfast Santana. Maar dit jaar kan het wel eens anders worden. Na de grote aardbeving in maart dit jaar blijven toeristen massaal weg uit Japan. Ze zijn bang voor radioactieve straling na de ontploffing in de kerncentrale Fukushima. ‘Dat gaat ons zeker parten spelen deze winter’, zegt Kikstra. Maar hij probeert zijn vaste gasten via de mail gerust te stellen. ‘We zitten er 400 kilometer vandaan, hier is niets aan de hand.’

Na 22 jaar buiten Nederland is Japan nu zijn thuis. Nederlands spreekt hij zelden nog. ‘Spreken gaat nog wel, maar schrijven wordt al lastig’, zegt hij met een licht Engels accent. ‘Nederlands is nu mijn derde taal, na Engels en Fries.’ Als vierde taal wil hij Japans wel opvoeren. ‘Maar dat gaat nog niet zo goed.’

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Even terug in de radioactieve zone

(Het Parool, 14 oktober 2011. Pagina 10)

Minamisoma (Fukushima)-

Ruim 250 families die hun woonplaats rondom de kerncentrale in Fukushima in maart ontvluchtten, konden afgelopen weekend tijdelijk terug naar hun huizen. Het Japanse Rode Kruis faciliteert iedere zaterdag de mogelijkheid om maximaal vier uur de verboden zone binnen te gaan om achtergelaten spullen op te halen.

Plastic handschoenen, hoesjes om de schoenen, kapje over het hoofd, een plastic broekpak afgemaakt met een hagelwit mondkapje. Er wordt niets aan het toeval overgelaten in de oude manege in Minamisoma, die voor de gelegenheid is ingericht tot ontsmettingsruimte. De paardenschuur ligt slechts honderd meter van de evacuatiezonegrens. Alleen vandaag mogen gewone burgers in hun eigen auto er doorheen. Mits ze helemaal zijn ingepakt in plastic.

Op de dag van de verwoestende tsunami op 11 maart van dit jaar, werden alle inwoners binnen een straal van 30 kilometer rond de kerncentrale Fukushima Daiichi dringend verzocht belangrijke spullen te pakken en te vluchten voor het nucleaire gevaar. Velen gingen naar familie op andere plekken in het land, sommigen werden opgevangen in tijdelijke behuizing. Ruim een half jaar later leven ze nog steeds in onzekerheid. Zullen ze ooit terug kunnen? En hoe staat hun huis er bij?

Yuji Idogawa was basisschoolleraar in Odaka, een dorp 15 kilometer van de centrale. Nu woont hij werkeloos met zijn gezin elders in de provincie Fukushima. Het is de tweede keer na de ramp dat hij terug gaat naar zijn huis. De eerste keer was vlak na de ramp, een bliksembezoek. Niet langer dan een uur mocht hij toen in het gebied blijven. Vandaag kan hij meer spullen ophalen. “Het is waarschijnlijk de laatste keer dat ik thuis kom”, vertelt Idogawa terwijl hij in de rij staat voor de stralingsmeting. Voor vertrek wordt hij getest zodat de hoeveelheid straling na terugkomst goed te meten is.

“Ik denk dat we nooit meer definitief terug kunnen. De overheid kan wel zeggen dat de vooruitzichten goed zijn, maar ik vertrouw het nog lang niet. Ik kan mijn kinderen de gezondheidsrisico’s niet aan doen.”

De Japanse overheid schroefde de evacuatiezone vorige week met tien kilometer terug omdat er in de gebieden tussen de 20 en30 kilometer van de kerncentrale verminderde radioactieve straling zou zijn gemeten. Hoe gevaarlijk het is om gedurende korte periode het afgezette gebied binnen te gaan, weet niemand exact. Dat het niet geheel zonder risico’s is, weet iedereen. Matsumoto Sayaka van het Japanse Rode Kruis: “Het is op eigen risico wat deze mensen vandaag doen. Wij zorgen ervoor dat ze zich zo goed mogelijk kunnen beschermen.”

Voor vertrek wordt het tijdstip genoteerd. Men mag maximaal vier uur in het gebied zijn. Iedereen krijgt een klein meetapparaat om de nek gehangen, die meet op elk moment hoeveel straling er is. De autoraampjes gaan dicht, de airconditioner moet uit. Kinderen onder de 15 mogen niet mee.

Rond het middaguur druppelen de eerste auto’s weer binnen. De parkeerplaats van de manege staat vol witte partytenten, zo’n honderd stralingsspecialisten van TEPCO in witte pakken wachten op de eerste auto’s die terugkeren uit het gebied. Op lange tafels staan honderden geigertellers en bodymeters klaar. Alle auto’s worden grondig doorgemeten en als er geen alarmerend grote hoeveelheden straling wordt gevonden, mogen ze gaan.

Yuji Idogawa is ruim 3 uur thuis geweest. Hij heeft de zolder leeggeruimd, spullen ingepakt en wat door de buurt gelopen. Het was zeker niet makkelijker dan de eerste keer, vertelt hij met een glazige blik in de ogen. “Het dak van mijn huis is volledig verwoest door de aardbeving, de ramen zijn kapot. Tijd om dat te repareren was er niet. Overal is wildgroei. Het dorp is kilometers lang compleet verlaten. Het is treurig om je eigen woonplaats zo te zien.”

Zakken vol kleding en dekens. Zijn kleine Suzuki is helemaal volgebouwd. “Meer kon ik niet meenemen. Dit zijn het belangrijkste dingen.” Tussen de zakken staan dozen met speelgoed voor de kinderen, een paar fotoalbums en een stofzuiger.

Toyo Suenaga (71) ging voor het eerst terug naar haar verlaten huis aan de rand van Namie, een dorp op slechts 7 kilometer van de kerncentrale. Haar zoon ging mee. Lichte tranen biggelen over haar verrimpelde wangen als ze vertelt. Haar huis was een grote bende. Suenaga denkt dat er geplunderd is. “Veel spullen zijn verdwenen, het zag eruit alsof iemand was binnengeweest”, zegt ze ontredderd.

Als iedereen zich heeft ontdaan van de witte beschermingslaag, kan er weer opgelucht adem worden gehaald. De mondkapjes, handschoenen en witte pakken gaan in grote vuilniszakken naar een plek waar ze veilig verbrand kunnen worden. En dan moet er worden gemeten.

De straling gemeten na vier uur in het evacuatiegebied te zijn geweest varieert van 2 tot 5 microsievert per uur, rapporteert Matsumoto Sayaka van het Rode Kruis. Dat is niet meteen gevaarlijk, maar als je er zou blijven wonen zeerzeker wel. (zie info onderaan)

“We zijn allemaal bang”, zucht Toyo Suenaga. Een paar weken na de aardbeving bleek dat in Namie de hoogste dosis radioactiviteit is gemeten. Op de dag van de evacuatie had de 70-jarige gepensioneerde vrouw geen idee van de gevaren waaraan ze zeker 24 uur lang is blootgesteld. Dan moet ze gaan. Haar zoon heeft de auto voorgereden. Terug naar huis. Naar haar nieuwe huis. Niet 7, maar ruim 25 kilometer ver weg van de kerncentrale. Misschien is het daar wel veilig. Maar dat weet niemand zeker.

======

Hoe gevaarlijk is het nou eigenlijk?

De dosis die normaal wordt gemeten rond een kerncentrale is onder de 0,5 microsievert. Rond Fukushima Daiichi is dat momenteel tussen de 2 en 5 microsievert.

De hoeveelheid radioactieve straling wordt uitgedrukt in de meeteenheid Microsievert. De microsievert wordt per uur gemeten. Een (normale, natuurlijke) straling is 0,2 microsievert per uur, dat is al gauw (x24) 4,8 per dag en 1752 microsievert per jaar. 1000 microsievert is 1 millisievert. Per jaar dus 1,75 millisievert.

Niet-natuurlijke straling krijg je bijvoorbeeld door rontgenfoto’s te laten maken, of door vlakbij een kerncentrale te wonen. De maximum niet te overschrijden hoeveelheid ligt op 1 millisievert per jaar voor gewone burgers en 20 millisievert per jaar voor mensen die werken met radioactieve straling. Dat betekent dus dat zij na een jaar meten, ervoor moet zorgen dat de teller niet boven de 20 millisievert uitkomt.

De mensen die teruggingen naar hun huis in de no-go-zone rond de kerncentrale Fukushima waren maar vier uur in een gebied met verhoogde radioactieve straling. Ze maten tot 5 microsievert per uur. Dat is 120 microsievert per dag. En dus 43800 microsievert per jaar. Omgerekend is dat 43,8 millisievert per jaar: Meer dan het dubbele van de toegestane hoeveelheid van 20 millisievert. Dat zegt genoeg over het gevaar als deze mensen er zouden blijven wonen.

Geplaatst in Fukushima, Japan, Kernenergie, Uncategorized | Plaats een reactie

Fukushima-notes (2)

Zes uur in de vroege morgen. Een tijdstip waarop de Japanse zonsopgang uiteraard allang heeft plaatsgevonden. Wekker, douche, straat, busstation. De bus naar één van de door de tsunami zwaarst getroffen plekken, Minamisoma, vertrekt om half zeven en is nagenoeg leeg.

Via een couchsurfer in Shirahawa, die me in contact bracht met iemand in Fukushima, die me in contact bracht met iemand in Minamisoma, heb ik op de valreep een lieve Engelssprekende mevrouw gevonden die me graag een dag op sleeptouw neemt in haar treurige, verlaten, vernietigde, radioactieve woonplaats.

Mihoko is rond de zestig, maar ziet eruit alsof ze veertig is. Ze komt me ophalen in haar glimmend rode Toyota station. Haar lippenstift is bijna net zo rood als de auto. “Daar zul je Yoko hebben!” roept ze wild zwaaiend naar een naderende gestalte. Op Yoko na is er geen mens op straat. Minamisoma lijkt een stad in slaapstand. Alles is dicht. Tientallen kapperszaken op rij, allemaal hebben ze de luikjes dicht. “We noemen dit sinds de ramp de ‘gesloten-straat’”, vertelt Mihoko.

Yoko en Mihoko werken samen bij de Minamisoma International Association. Maar ze zijn ook dikke vriendinnen. Lachen gieren en brullen in de auto. Ik begrijp er vanzelfsprekend weinig van, want mijn Japans is nog altijd net zo slecht als mijn Swahili. Dan schakelt Mihoko opeens om naar het Engels. “Sorry, we hebben elkaar al twee dagen niet gezien, dus we moeten even bijkletsen!”. “Maar we gaan dus naar het Rode Kruis?”, vervolgt ze rap.

Ik heb een afspraak met het Japanse Rode Kruis op de grens van de 20km evacuatiezone rondom de kerncentrale van Fukushima. Een grote groep mensen gaat vandaag een paar uur terug naar hun verlaten huizen vlak bij de centrale.

We staan in een enorme sporthal waar iedereen een mondkapje draagt. Na een half uur interviews doen, vraag ik Mihoko of wij ook niet eens zo’n ding moeten regelen. Het lijkt me toch niet voor niets. “Nee joh!” Gilt Yoko. “Wij zijn sterke vrouwen!” Zonder dat Yoko het ziet, grist Mihoko toch snel twee mondkapjes uit de mondkapjesbak. Ze hangt ‘m nonchalant om haar nek. Niet om haar mond. Ik volg haar voorbeeld.

Een uur later, we zitten gedrieën weer in de auto. De sfeer is een stuk serieuzer geworden. 660 inwoners van Minamisoma hebben de tsunami niet overleefd. Nog 23 worden vermist. Mihoko kende er een aantal goed. Minamisoma is dubbel zwaar getroffen. De kust werd weggeslagen door de enorme vloedgolf, huizen werden compleet weggespoeld. En dan ook nog die verdomde kernreactor. Twintig kilometer. Mihoko is een maand geëvacueerd, maar keerde als één van de eersten terug. Ze wilde, ze moest terug. Het werk ging door en toen haar buurt werd vrijgegeven door de autoriteiten omdat de straling er gedaald was, vonden zij en haar man het verantwoord om weer naar huis te gaan. Haar kinderen en kleinkinderen zijn nooit meer teruggekomen. Niet eens voor een bezoek.

We stoppen bij de golfbaan. “Mitora-san, je móet onze baas ontmoeten!” Mitora-san. Zo heet ik in Japan. Die o zit er tussen omdat ze geen losse t-klank kennen. Dus wordt het Mitora. Ik vind het prima.

Mister Yoshinobu Shiga is eigenaar van de golfbaan in Minamisoma. Het is zaterdag en bijzonder druk op de baan. Uitsluitend mannen slaan zo hard ze kunnen balletjes het veld op. Het gras is lang. Veel te lang voor een golfbaan, zegt mister Shiga. Maar hij durft het niet te maaien. Hij doet iedere dag metingen, en het niveau van radioactieviteit is te hoog. Een heel stuk hoger dan op andere plekken in Minamisoma. Dus blijft mister Shiga voorlopig van het gras af. De golfers ook. Die slaan louter balletjes het radioactieve veld op.

Waarom staan jullie hier dan zo ontspannen te golfen? Vraag ik voorzichtig. Mister Shiga begint hard te lachen, bulderen bijna. “De mannen die je hier ziet hebben zoveel stress. Als ze niet konden golfen om te ontspannen, zouden ze gisteren al dood zijn neergevallen.” Naast de golfbaan wordt de grond rondom een verlaten kleuterschool omgeploegd. De bodem wordt verwijderd, zoals op veel plekken in Minamisoma. Ze hebben alleen nog geen plek gevonden om de radioactieve grond te dumpen.

We rijden verder. Naar een tijdelijke opvang voor mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt door de tsunami. Een gymzaal met matrasjes, van elkaar gescheiden door kartonnen dozen. De meeste mensen zijn inmiddels allang elders opgevangen, bij vrienden of familie. Maar er zijn nog 43 eenzame zielen die hier tussen de kartonnen dozen hun dagen doden. Een vrouw van 73. Drie dekens en twee verhuisdozen heeft ze nog. Ze lacht verlegen als ik hallo zeg, maar staart diep de oneindigheid in als ik me nog even omdraai bij het naar buiten gaan. Ze ziet me niet.

Minamisoma stond ooit bekend om haar mooie stranden. Dat is behoorlijk verleden tijd. Na zeven maanden liggen er nog altijd auto-wrakken langs de kust, die een paar weken na de tsunami aanspoelden. Verlaten huizen staan op instorten. Een plastic wasmand op het strand. Er zit een pluche pinguïn in.

 

Geplaatst in Fukushima, Japan, Kernenergie | 1 reactie

Fukushima notes (1)

Overpeinzingen en ontmoetingen op dag 1 in Fukushima

Ik zit op een stoepje tegenover het treinstation van Fukushima-stad. En ik kan het niet helpen. Ik kijk naar de mensenmenigte en denk: Zijn deze mensen heel langzaam kapot aan het gaan? Ziek aan het worden, dood aan het gaan misschien? Heel langzaam…

Fukushima is een middelgrote stad. Als je niet beter zou weten, een heel gewone, gezonde Japanse plaats. Waar mensen vrolijk lachend naar je buigen als je net iets te lang bij ze in de buurt blijft staan. Waar schoolkinderen met rode petjes in rijen van twee het zebrapad oversteken. De juf er met een fluitje in de mond paniekerig achteraan holt. Waar malle tekeningetjes de vele gebodsborden net wat dragelijker maken. Waar iedereen braaf wacht tot het verkeerslicht op groen springt, ook al is de straat leeg.

Het lijkt een vertekening. Of toch niet? Is het leven dan echt gewoon doorgegaan? Is iedereen vergeten dat de kerncentrale Fukushima no1 hier een luttele 60 kilometer vandaan staat?

Ik vraag het Kevin, een Taiwanese Canadees die twee jaar in Fukushima woont. Ja en nee, zeg hij me. Mensen zijn het heus niet vergeten. Ze leven iedere dag met de onzekerheid, de angst dat een onzichtbaar gif op hen neerdaalt. Maar wat moeten ze anders doen?

Het klinkt logisch, menselijk. The show must go on. Maar ondertussen lopen alle schoolkinderen met een touwtje om hun nek waaraan een kleine geigerteller hangt. De juf heeft ze geleerd hoe het ding te gebruiken. Als ze ergens willen spelen moeten ze eerst meten hoeveel radio-actieve straling er op die plek is. Als het metertje rood uitslaat, moeten ze binnen gaan spelen. Veel donaties voor scholen in Fukushima bestaan dan ook uit spelcomputers.

Zestig kilometer. De afstand van de stad tot de verwoestte kerncentrale. Je kunt erover speculeren. Maar volgens Kevin zijn op sommige plaatsen in Fukushima-stad hogere niveaus van straling gemeten dan op plekken op steenworp afstand van de kerncentrale.

In de supermarkt kun je een aardig potje Russisch roulette op de groente- en fruitafdeling spelen. Want hoe weet je nou zeker dat die peren niet van een gaard komen in de omgeving van de kerncentrale? Groenteverkopers doen hun best de herkomst van alle producten op een bordje te schrijven. Maar hoeveel stappen zitten er tussen de boomgaard en de supermarkt? Kun je alle tussenhandelaren op hun bruine ogen geloven? En dan nog de vraag: hoe gevaarlijk is het eigenlijk als je een peer eet die vol zit met straling? Eén peer, iedere dag een peer, of een perzik, of een krop sla, tomaten? En dan het drinkwater niet te vergeten. De rijst, of die overheerlijke sushi-vis.

Op de universiteit van Fukushima ontmoet ik Akinori. Hij is een jaar of twintig en deelt flyers uit. Ik pak er één aan omdat er een groot geel kernenergie-icoon op staat met een dikke rode streep erdoor. Akinori voert samen met honderden medestudenten actie tegen kernenergie in Japan. De Fukushima-afdeling van de actiegroep is na de ramp enorm gegroeid. Vorige maand organiseerden ze een massale demonstratie tegen kernenergie in Tokio waar tienduizenden mensen op afkwamen.

Akinori eet en drinkt wel gewoon alles, maar is daarom niet minder bang voor de risico’s. “De straling is zo ver gekomen dat het niet uit maakt of ik nu fruit eet uit een andere provincie”. Het gevaar is onomkeerbaar vindt hij. Zijn visie op kernenergie moge duidelijk zijn. En de overheid liegt zijn burgers voor door te zeggen dat het veilig is om hier te blijven. Waarom Akinori zelf niet weggaat? Hij wil Fukushima niet in de steek laten, voelt zich verantwoordelijk. Maar erg lang zal hij het niet volhouden. “Als ik over een jaar vertrek, ben ik nog wel te redden.”

Ondertussen liggen de supermarkten godzijdank vol met bakken gedroogde noodles in diverse smaken en kleuren.

Geplaatst in Fukushima, Japan, Kernenergie | Plaats een reactie

Sluimerend conflict maakt politiewerk in Kosovo lastig

Luister naar de radioreportage bij de Wereldomroep, uitgezonden op 4 januari 2011

Of er dit jaar politiemensen naar Afghanistan worden gestuurd, blijft voorlopig gissen. Intussen worden Nederlandse politieagenten en militairen van de Koninklijke Marechaussee al jaren uitgezonden naar diverse politiemissies in (post-)conflictgebieden. Bijvoorbeeld naar Kosovo.

In zijn donkerblauwe Nederlandse uniform loopt politieagent Riemer Boersma door de straten van Gracanica, een Servische enclave in Kosovo. Normaal gesproken werkt hij op het politiebureau in Leeuwarden. Nu is hij voor een jaar uitgezonden naar het post-conflictgebied op de Balkan, op een Europese missie onder de naam EULEX (EU Rule of Law Mission in Kosovo).

‘Ik ben chief advisor op het politiebureau hier’, vertelt Boersma. ‘Dat betekent dat ik de politiecommandant mentor, monitor en adviseer. MMA noemen wij dat.’

Georganiseerde misdaad
Kees Kuijs is Kolonel bij de Koninklijke Marechaussee. Hij is hoofd van de speciale politieafdeling in Pristina en tevens de hoogste Nederlandse militair in het gebied. Hij vertelt wat de politietaken van de Nederlanders zijn: ‘We staan de Kosovaarse politie bij in het ontwikkelen van hun politieapparaat, zodat het gaat lopen volgens de Europese standaarden.’ De Europese politie loopt niet naast de politieagent op straat, legt hij uit. ‘We adviseren met name in de managementlagen.’

Een belangrijk speerpunt van de EULEX-politie is het aanpakken van georganiseerde misdaad en corruptie in Kosovo. ‘Wat wij corruptie noemen, noemen ze hier vaak gewoon familie’, aldus Kuijs. ‘Dat zit in de cultuur, maar moet je met wortel en tak uitroeien. Dat proberen wij te doen door voorbeelden te stellen, maar ook door educatie.’

Kosovaarse douane
Na de bloedige oorlog in 1999 en de onafhankelijkheidsverklaring in 2008, zijn er nog veel problemen in het jongste land van Europa. Als Kosovo wil toetreden tot de EU, moet het zich aan Europese standaarden conformeren. Maar het sluimerende conflict tussen de Albanezen en de Serviërs maakt dat het erg langzaam gaat.

Het overwegend Servische deel in het noorden van Kosovo is het meest betwiste gebied. ‘Het is één van de politieke angels in het proces van het zelfstandig worden van de republiek Kosovo’, vertelt Kuijs. Hoewel EULEX zich niet bemoeit met de status van het land, ondersteunt het de Kosovaarse instituties wel. Dus wordt de interne grens tussen Servië en Noord-Kosovo door EULEX bewaakt. ‘Dat is simpelweg omdat de Kosovaarse douane niet bij machte is om ook maar één voet in dat gebied te zetten.’

Lastig meten
Koen Heller is marechaussee en werkt op één van de twee betwiste grensposten. ‘Volgens Servië bestaat die grensovergang niet, volgens Kosovo wel’, legt hij uit. En dat maakt het werk daar lastig: ‘Omdat het geen erkende grensovergang is, dan kun je mensen bijna niet verplichten een paspoort te laten zien.’ Bij de twee grensposten in Noord-Kosovo werken ongeveer tien Nederlandse marechaussees.

Kuijs: ‘Implementatie van de Rule of Law in dit weerbarstige gebied met zo’n geschiedenis, en zulke ernstige verschillen tussen de bevolkingsgroepen, maakt de vooruitgang hier erg lastig te meten. We gaan hier kleine stapjes vooruit. Maar het kan altijd beter.’

Het perspectief dat EULEX de Kosovaarse bevolking biedt, is uiteindelijk toetreding tot de Europese Unie. Maar wanneer is moeilijk te zeggen. Zelfs Kuijs tast in het duister: ‘Het kan nog 15 jaar of 25 jaar duren, of misschien wel nooit.’

Geplaatst in Kosovo | Plaats een reactie

Leeuwarder politieagent op missie in Kosovo

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 28 december 2010

PRISTINA-

Zo ben je politieagent in Leeuwarden, en zo ben je het in Kosovo. Riemer Boersma (53) ging een grote uitdaging aan. Door de Nederlandse politie is hij voor een jaar uitgezonden op een EU-missie naar Kosovo, het jongste land van Europa dat zich in 2008 afscheidde van Servië.

De Leeuwarder politieagent voelt zich als een vis in het water als hij door de straten van Gracanica, een Servische enclave in Kosovo, loopt. Hij stapt het locale politiebureau binnen. “Hier werk ik nou iedere dag.”

Hij start de computer op en kijkt of er nog nieuws is. Op zijn bureau ligt een stapel rapporten die hij nog moet verwerken. “Ik doe hier eigenlijk hetzelfde werk als ik in Leeuwarden ook deed”.

Boersma wilde altijd al eens naar het buitenland voor zijn werk. “Nu is het er eindelijk van gekomen”, vertelt de Leeuwarder enthousiast terwijl hij een kop koffie drinkt in een Kosovaars café. Na een selectieprocedure vertrok hij in augustus naar Kosovo. Daar loopt hij nu al vijf maanden trots rond in zijn donkerblauwe Nederlandse politie-uniform. Op de achterruit van zijn politiewagen heeft hij een klein Fries vlaggetje geplakt.

Boersma is ‘chief advisor’ in de gemeente Gracanica. Dat houdt in dat hij voor de Europese Unie over de schouders van de plaatselijke politiecommandant meekijkt. Hij adviseert hem in de dagelijkse politietaken: “Dan gaat het om veiligheid op scholen, het verkeer, en diverse managementtaken. Maar ook grote evenementen zoals de verkiezingen begin december. Dan is het mijn taak de inzet van Kosovaarse politie op stembureaus te beoordelen.”

En dat werk bevalt hem heel goed. Boersma woont in de hoofdstad Pristina. Iedere doordeweekse dag rijdt hij in een EU-landrover naar ‘zijn’ bureau in Gracanica, zo’n 10 kilometer verderop.

Op patrouille gaat er altijd een tolk mee. Toen Boersma hoorde dat hij naar Kosovo werd uitgezonden, nam hij zich voor de taal te leren. Dat viel niet mee. “In Pristina spreekt men Albanees, maar in Gracanica is de voertaal Servisch. Dat schiet niet op.” Hij kan inmiddels wel in beide talen gedag zeggen.

Die tweetaligheid ligt ook nog eens gevoelig in Kosovo. Na de Kosovo-oorlog in 1999 werd het land overwegend etnisch Albanees. Maar in een paar gebieden bleven Serviërs wonen, zoals in de enclave Gracanica. Hoewel de oorlog voorbij is, zijn er nog steeds spanningen tussen deze bevolkingsgroepen. Boersma merkt  weinig van die spanningen maar is toch voorzichtig: “Je wilt mensen niet beledigen door ze in de verkeerde taal aan te spreken. En op hun voorhoofd staat niet of ze Serviër of Albanees zijn”, aldus de nuchtere Leeuwarder.

Vijf maanden is Riemer Boersma nu van huis. Leeuwarden heeft hij nog geen moment gemist. “Je bent natuurlijk wel lang bij je familie en vrienden vandaan”. Gelukkig ligt Kosovo niet aan de andere kant van de wereld, dus kwam zijn vriendin in oktober gewoon op bezoek.

Toch mist hij de gezelligheid van thuis zo nu en dan. “Je woont hier toch alleen. Mijn grootste vriend hier is de computer. Via msn heb ik om de dag wel even contact met het thuisfront.”

Met de jaarwisseling gaat Boersma ‘op vakantie’ naar Leeuwarden. Maar met de kerstdagen moet hij gewoon werken in Kosovo. Ook dan hoeft hij Nederland niet al te veel te missen. Met zijn Nederlandse collega’s heeft Boersma een hechte band. “Eerste kerstdag vieren we samen. Met hapjes, drankjes en misschien zelfs wel oud-Hollandse spelletjes.”

Geplaatst in Kosovo | Plaats een reactie

Nog steeds Nederlandse militairen in Bosnië

Luister naar de radioreportage bij de Wereldomroep, uitgezonden op 28 december 2010 (onderaan bericht)

Er liggen nog landmijnen en de spanning tussen bevolkingsgroepen is nog niet uit de lucht, maar verder is het in Bosnië, 15 jaar na de burgeroorlog, rustig. Toch lopen nog ruim 1600 buitenlandse troepen rond in het Balkanland, waaronder 85 Nederlandse militairen. Zij werken onder de naoorlogse missie EUFOR, sinds 2004 actief in Bosnië en Herzegovina.

Nu de militaire missie in Uruzgan is afgelopen, is Bosnië - na de marine-operaties tegen de piraterij rond Somalië – de grootste Nederlandse missie van dit moment, met permanent 85 militairen verspreid over het hele land. Het merendeel woont en werkt in LOT-huizen: gewone huizen in wijken tussen de lokale bevolking. LOT staat voor Liaison and Observation Team.

Het LOT-huis in Travnik is een groot pand met zachtroze buitenmuren. Het staat in een wijk vlakbij het centrum van de middelgrote stad in het noorden van Bosnië. Acht Nederlandse militairen bemannen het huis. Iedere dag trekken ze erop uit het gebied in, op patrouille.

Koffie drinken

Ze hebben afspraken met lokale woordvoerders van kleine gemeenten, maar ook met officiële instanties en internationale organisaties in de regio. En soms gaan ze koffie drinken in lokale cafés. Om hun aanwezigheid te tonen en informele gesprekken te voeren.

De voornaamste taak van de militairen is informatie verzamelen over de veiligheidssituatie. Ze rapporteren aan het hoofdkwartier van EUFOR in Sarajevo, en uiteindelijk aan Brussel. Daarnaast functioneren ze als ‘peacekeepers’, wat zoveel inhoudt als zichtbaar zijn om de bevolking een veilig gevoel te geven.

Grote broer
Is dat 15 jaar na de oorlog nog nodig? Volgens Kapitein Piet Koster, die de leiding heeft over LOT-huis Travnik, is dat een lastige vraag. ‘Dat zou je namelijk pas echt weten als je als internationale gemeenschap weg zou gaan’, legt hij uit.

Maar de lokale bevolking is nog altijd blij met de aanwezigheid van de militairen, merkt Koster iedere dag. ‘Ze zijn blij dat er een grote broer, Europa, over de schouders meekijkt. Als de spanningen hier weer oplopen, dan kunnen wij tijdig op de rem trappen.’

Slachting
Travnik lag tijdens de oorlog onder vuur van de Serviërs. Die beschoten de stad vanuit de bergen. Toen het conflict tussen de Kroaten en Bosniaks in Travnik ook uit de hand liep, hoefden de Serviërs alleen nog maar met de armen over elkaar toe te kijken hoe hun rivalen elkaar afslachtten.

Vlak achter het LOT-huis heeft de frontlinie van de Serviërs gelegen. ‘Daarom ligt het hier ook nog zo bezaaid met mijnen’, vertelt Kapitein Koster. De gebieden waar mijnen liggen zijn afgezet met waarschuwingsborden. Er wordt in het hele land al jarenlang gewerkt aan ‘demining’.

Spanning
Volgens Koster is het denkbaar dat de spanningen tussen de bevolkingsgroepen in Bosnië ooit weer zullen escaleren. ‘Er zijn nog steeds nationalistische gevoelens, hoewel die lang niet zo sterk zijn als tijdens de oorlog.’ Bovendien liggen er nog steeds veel wapens en munitie: naar schatting 1 op de 4 huishoudens heeft nog een wapen.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie